Vertelpunt 01

Inleiding

Tekstversie

Het was laat. Veel te laat voor de universiteitsbibliotheek. De meeste studenten waren al lang naar huis. Maar Sarah… Sarah bleef. Haar scriptie lag open voor haar, maar haar ogen dwaalden af naar een smalle, donkere gang tussen de oudste boekenkasten. Daar, half verborgen achter een rij vergeten encyclopedieën, stond een boek.

Geen titel. Geen auteur. Alleen een omslag zo zwart als middernacht.

Ze had het niet moeten aanraken.

Maar ze deed het toch.

Op het moment dat ze de eerste pagina omsloeg, voelde ze het. Een ijzige windvlaag… zonder raam. Een fluistering… zonder stem. En ergens, diep in de bibliotheek, een geluid alsof iets – of iemand – zich los wrong van de stilte.

Het portaal was open.

Sarah wist dat ze moest handelen. Ze bladerde gejaagd door de pagina’s. Ergens moest er een aanwijzing zijn. Ergens…

“Geesten… keren altijd terug… naar hun laatste rustplaats.”

Ze keek naar de pagina die open lag. Daar, afgebeeld in vervaagde inkt, stond een klokbeker.

Een klokbeker. Duizenden jaren oud. Gevonden in een graf.

Dit was geen toeval…
Dit was het begin.