Vertelpunt 01

Klokbeker

Tekstversie

Hier, houd goed vast, zei een vrouwenstem. En voor ze het wist, kreeg Sarah iets in de handen gedrukt. Van schrik liet ze het bijna vallen. Wat was dit? Ze keek om, om het te vragen aan de vrouw. Maar de vrouw was weg. En plots zag ze dat ze niet meer in de bieb was, maar buiten op een veld.

De wind woei door haar haar. En om haar heen stonden allemaal mensen. Ze keken naar een gat in de grond. Sarah probeerde ook te kijken naar wat er in dat gat lag. Ze zag iets gewikkeld in lappen. Ze keek omhoog. Een man en een vrouw stonden dicht bij het gat. Ze waren super stil. De man had zijn kaken strak op elkaar geklemd. En de vrouw deed haar best om niet te huilen.

Toen klikte het. Hier had ze over gelezen in haar eerste jaar aan de uni. Ongeveer vierduizend jaar geleden werden mensen begraven met bekers voor in het hiernamaals. En nu stond ze zelf bij zo’n graf. En in de kuil lag het kind van deze mensen.

Zou de geest van dit kind zijn?

Ze wist dat ze dichterbij moest komen om er achter te komen. Gelukkig had ze de klokbeker nog. Die moest ook in het graf. Ze liep naar voren. De vader zag haar en zei tegen zijn kind: “voor een kort leven op het aarde, jongen, lijkt de beker veel te mooi. Maar voor jouw eeuwig leven in het hiernamaals zeker geen overbodige luxe.”

Sarah bukte zich en plaatste de klokbeker voorzichtig naast de jongen. De wind begon hard te waaien. Kort werd ze verblind door haar haar wat voor ogen woei. Ze veerde de lok weg. Ze knippende met haar ogen. Wat een fel licht. Toen ze gewend was aan het licht, zag ze dat ze weer in de bieb onder de tl-balken zat. Ze deed snel alsof er niks aan de hand was. Maar van binnen wist ze wel beter.

Selecteer eerst een tour