Grafsteen voor Marcus Mallius
Sarah: “Oké, ik ben er, aan de dijk, midden in… nergens. Voor me zie ik een grafsteen, heel indrukwekkend, zo’n stenenplaat. Latijnse tekst, oud, heel oud. Wie is daar?”
Geest: “Hier bij de steen.”
Sarah: “He, geest.”
Geest: “Hallo, ik ben Marcus Malleus. En als Romeinse soldaat ben ik hier terechtgekomen. We moesten een dam bouwen in de zijtak van de Rijn. En op m’n 35e ben ik door een lullig bedrijfsongevalletje aan m’n eindje gekomen. En sindsdien lig ik hier eenzaam.”
Sarah: “Jeetje, wat vervelend voor je.”
Geest: “Ah, geeft niet. Ik ben het na bijna 2000 jaar wel gewend hoor. Ik stond hier elke dag op wacht en dan keek ik uit over het water.”
Sarah: “Dus je wilde hier blijven?”
Geest: “Ja, ik had in m’n testament al gezet dat ik m’n grafsteen hier wilde hebben. En er stond ook een selfie van me op, maar ja, die is helaas verloren gegaan.”
Sarah: “Ah, wat bijzonder. Maar ik zoek eigenlijk een andere geest. Heb je hem toevallig voorbij zien komen?”
Geest: “Nee, er is al een tijdje niemand voorbij geweest. Behalve wat fietsers. Succes met je zoektocht, hoor. Ave, arrivederci.”